Leen de Broekert



Biografie

Leen de Broekert (1949-2009) studeerde Piano en Orgel aan het Koninklijk Conservatorium voor Muziek in Den Haag bij Gerard Hengeveld, Adriaan Engels en Wim van Beek. Voor beide instrumenten behaalde hij het Einddiploma Solospel. Verder studeerde hij Kerkmuziek bij Barend Schuurman. Bij Jos van Immerseel te Antwerpen specialiseerde hij zich voorts in het bespelen van het klavecimbel en de fortepiano. In 1979 werd hij laureaat van het internationaal Concours Orgel te Brugge.

Als pianist en organist trad hij op in Duitsland, België en in eigen land, solistisch en als kamermuziekspeler. Hij concerteerde o.a. met violist Johannes Leertouwer, hoboïst Frank de Bruine, bariton Claus Ocker, alt-mezzo Lucienne van Deyck en sopraan Marjanne Kweksilber. Met pianiste Janine Dacosta, cellist Martijn Kooiman, fluitist Ferenc Hutyra alsmede met bariton Rob van der Meule vormde hij een vaste combinatie.

Tot augustus 2007 verzorgde hij voor Omroep Zeeland het programma 'Schoonoord', een wekelijks door velen beluisterd radioprogramma-op-zondagochtend met klassieke muziek. Leen de Broekert was een uitnemend inleider. Hij verzorgde ook vele lezingen over muzikale onderwerpen voor diverse instanties, onder meer voor de Zeeuwse Bibliotheek en, zeer regelmatig, voor het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.

Uitgeverij Nuova Carisch te Milaan nam composities van hem op in een bloemlezing met pianowerken van diverse componisten. Op het label Zefir verschenen van hem forte-piano-opnamen met werken van Haydn en Schubert, als ook een cd met orgelwerken. In de 20-delige CD-serie Dutch Organs 1511 – 1896 bespeelt Leen de Broekert een aantal historische Zeeuwse orgels. Voor een CD met werken voor piano vierhandig van Schubert (met Janine Dacosta), alsmede een CD met werken voor fortepiano van Mozart en de in 2008 verschenen orgel CD met werken van o.m. Buxtehude, Bach en een eigen compositie. Zie bij CD-opnamen.

Zijn docentschap en iets over het in 2010 opgerichte LEEN DE BROEKERT-FONDS. Leen de Broekert was niet alleen uitvoerend musicus, zowel (forte)pianist als organist - dit laatste vanaf 1 januari 1977 tot aan zijn overlijden aan de Koorkerk (Abdijkerk) in Middelburg - , hij was tevens in diezelfde periode werkzaam als docent piano en orgel aan de Zeeuwse Muziekschool te Middelburg. Hij was, volgens het getuigenis van velen, een toegewijd en inspirerend docent. Hij gaf piano- en orgellessen aan volwassenen en aan kinderen, aan amateurs en aan toekomstige beroepsmusici, waarbij hij sommigen uit deze groep zelf geheel opleidde en, ook na het behalen van hun conservatorium- of staatsdiploma, vaak bleef coachen. Een groot deel van zijn leerlingen viel in de groep van acht- tot achttienjarigen. Veelal pubers dus, met wie hij uitstekend overweg kon en die hij niet alleen bracht tot goede prestaties maar ook tot werkelijk begrip voor wat muziek kan betekenen. De meesten gaf hij acht jaar of langer les. Sommigen bleven, als zij voor een vervolgopleiding de provincie verlieten, voor pianoles nog regelmatig terugkomen. "Eigenlijk zou ieder kind de kans moeten krijgen om een muziekinstrument te leren bespelen, onder leiding van een goede docent. Ze hebben daar veel aan, hun hele leven lang! Er zouden geen beletselen moeten zijn," heeft hij eens gezegd. Hij voegde zelf de daad bij het woord, gaf enkele begaafde studenten-met-een-krap-budget enige tijd gratis pianoles en betaalde de viool- en pianolessen voor kinderen uit een 'bijstandsgezin' elders in het land.

Bovenstaande was de reden dat na zijn overlijden (op 29 juli 2009) uit zijn nalatenschap het Leen de Broekert Fonds werd gesticht. Meer informatie kunt u vinden op www.leendebroekertfonds.nl.

Voor een overzicht van het leven van Leen de Broekert zie het 'In memoriam' door Frits Smulders in het kwartaaltijdschrift ZEELAND nummer 18.4 uit december 2009, uitgave van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.

Het artikel is hieronder te downloaden.

Recensies






De reeks zomeravondconcerten is afgesloten met een prachtig concert, afwisselend samengesteld en verzorgd door een rasmusicus. De Broekert heeft een geweldige voordracht. Hij speelt moeiteloos en bezit een gedegen techniek. Indrukwekkend is zijn stijlgevoel en zijn zichtbare speelvreugde en liefde voor de muziek. Zijn interpretaties zijn boeiend, hij maakt muziek op een natuurlijke wijze en geeft aan het recital een persoonlijk tintje door een heldere ongedwongen uitleg. Onder zijn handen zingt het klavecimbel.
[Jeanette Vergouwen, PZC]

De Broekerts gelöstes, ausdrucksstarkes Spiel und seine heiteren Kommentare...
[Marren Felle]

Sein Duo-Partner am Hammerflügel, Leen de Broekert, ist ein sehr einfühlsamer Pianist, virtuos une brillant zugleich, der - ob es beim "Lindenbaum" perlt, bei "Einsamkeit" aus der Tiefe aufsteigende Crescendi Weltschmerz und Verzweiflung artikulieren, bei "Letzte Hoffnung" eine impressionistische Tonmalerei aufsteigt oder bei "Wegweiser" ein pochendes Schicksalmotiv erklingt - stets in vornehmer Zurückhaltung die Schubertsche Stimmung trifft.
[Felicitas Schindlmayr, Rhein-Neckar-Zeitung Schwetzingen/Heidelberg]

Dass er nebenbei einen köstlichen Humor besitzt, liess er bei seinen kleinen Ansagen der Stücke horen. Dieser Witz war auch in all seinen musikalischen Vorträgen zu spüren und machte sie bei aller künstlerischen Werktreue zu einer leicht verdaulichen sommerlichen Kost.
[iru, Die Rheinpfalz]

De Broekert heeft niet alleen een goede neus voor wat klinkt op dit fraaie orgel, hij heeft ook de juiste vingertoppen.
[DL, Tijdschrift voor Oude Muziek]

De Broekerts spel is een toonbeeld van fijnzinnigheid (articulatie, aanslag) en soepelheid (agogiek), van aangename helderheid en milde kracht, perfect passend bij deze muziek. ... een on-Hollands, zuidelijk temperament !
[Drs. P.W. van de Wege, Reformatorisch Dagblad]

Und doch wird gerade bei diesem Konzert frappieren, was der unmittelbare Vorläufer unseres Konzertflügels an Klangabstufungen parat hält, vor allem wenn sie derart mitreissend in Szene gesetzt werden, wie hier von De Broekert. ... Wer De Broekert kennt, weiss, dass er bei seinen Interpretationen nichts "verschenkt", zum Beispiel von Beethovens Schroffheiten, Dämonische Rasereien...
[H. L-E, Die Rheinpfalz]

At its most musically inspired, period performance may be artistically rewarding as well as rich in stylistic insight. That combination of historical and contemporary authenticity is well displayed in this appealing new Haydn recording by the Dutch fortepiano specialist Leen de Broekert. De Broekert's interpretations of three sonatas and three shorter works by Haydn abound in detailed, yet always lively articulation, delicacy of touch yet retaining power where needed, and stylistic ornamentation, with moments of spontaneous fantasy, all allied to a sweeping structural coherence and energy.
[Piano Journal, Malcolm Miller]

The Mozart recordings, released in de 250th anniversary year, are a delight. It is refreshing to hear a sensitive and musical performer who is willing to allow Mozart's music to breathe. Too many virtuosi rush through the music as though it were a hundred metre race. De Broekert plays with the agogic accentuation of a harpsichordist, which suits Mozart's keyboard music very well, allowing it to speak and breathe. He also makes use of the custom of inégal. This is definitely a recording to treasure on the road less travelled. It is good to see the inclusion of rarely heard pieces such as the Menuett KV 355 and Rondo KV 511 and 494. Well-known sonatas are given surprising twists, with improvised cadenzas and flourishing ornamentations. What a joy tot listen to the simplicity of the Sonata in C major KV 330, and the emotional impact of the C minor pair of Fantasie and Sonata, particularly as they are enhanced by the rattling power of sound of the - perhaps - superior predecessor of the modern piano.
[Piano Journal, Tau Wey]

Dacosta and De Broekert's recording of the mature works of Schubert for four hands are joyful and spirited, with a superb sense and exactitude of ensemble. The Duo in A minor (Lebensstürme) was dramatic and breathtaking, the joint power of two pianists at one instrument creating sounds of orchestral intensity. The Fantasie in F minor was also beautifully rendered.
[Piano Journal, Tau Wey]

Artikelen


WIE IS ER BANG VAN HEDENDAAGSE MUZIEK?

KZGW Wintercolleges 2006
____________________________________________________________________
Hieronder vindt u de titels en de nummers van de CD’s met de muziek, die tijdens de vier colleges aan bod kwam.


COLLEGE I : Schönberg, Berg, Webern

Berg: Wozzeck – DGG 423 587-2

Vioolconcert – DGG 447 445-2

Schönberg: Gurrelieder – Philips 412 511-2

Verklärte Nacht – DGG 427 424-2

Concerto voor strijkkwartet en Orkest / interview – Naxos 8.557520

Webern : Complete Werken (3 CD’s) – Sony SM3K 45845

____________________________________________________________________
COLLEGE II : Shostakovitz / Strawinsky / Gubaidulina

Shostakovitz : Jazz-Suite II – Brilliant Classics 6735

Symfonie 15 / From Jewish Folk Poetry – Decca 425 069-2

Strijkkwartet VIII (versie voor kamerorkest) opus 110a – DGG 429 229-2

Symfonie VII (Leningrad) - eigen opname van live concert / CO / Mariss

Jansons Strawinsky : Le Sacre du Printemps – CBS 503317 2

Gubaidulina : Rejoice ! / Offertorium – Live Classics 111

____________________________________________________________________
COLLEGE III : Boulez / Messiaen

Boulez: Structures – DGG 00289 477 5385

Pli selon pli – DGG 471 344-2

Messiaen : Des Canyons aux étoiles – CBS M2K 44762

Quatuor pour la fin du temps / Turangalîla-symfonie – EMI CDS 7474638

Saint François d’Assise – Cybélia 833 t/m 836

Orgelwerken Compleet : DGG 471 480-2

Éclairs sur l’au-delà – EMI 7243 5 57788 2 6

____________________________________________________________________
COLLEGE IV : Reich / Ives

Steve Reich : It’s gonna rain/Come out/Clapping music/Piano phase – Nonesuch 979 169-2

Music for 18 musicians – Nonesuch 7559-79448-2

Charles Ives : The Pond/The Circus Band/Symfonie IV: Fuga/General William Booth enters

Into heaven/The unanswered question – RCA 09026 63703 2

Three place in New England: Putnam’s Camp – Decca 289 466 745-2

Feldeinsamkeit – DGG 463 514-2

____________________________________________________________________

INLEIDING : “onwelluidend soms, onbegrijpelijk misschien, maar……..”

“Dat vind ‘k allergékste muziek, vindt U ook niet ?” “Ik vind ‘t ’t mooiste stuk van de hele avond”, zei hij hardop. “Waaróm vind je dat stuk mooi, Anton ?” “’t Is modern”, zei hij met beslistheid. “Modérn ?” “Ja, mevrouw.” Hoe kon hij haar duidelijk maken, dat “modern” iets was, waarbij je tintelingen over je rug kreeg, niet meer aan school moest denken of aan Annie Vermeer en geen vrienden meer nodig had; onwelluidend soms, onbegrijpelijk misschien, maar in elk geval de grootst mogelijke tegenstelling vormend tot vingeroefeningen ?

Voor wie schrijft een componist zijn noten ? Natuurlijk, het geeft hem op zich al voldoening, als het gelukt is – misschien na een langdurig proces van wikken en wegen, van schiften en schaven – een afgeronde compositie naar tevredenheid op papier te zetten. Dat is echter niet het hele verhaal. Eeuwenlang sprak het voor een componist vanzelf, dat hij zijn werken niet in de eerste plaats schreef voor zijn eigen plezier, maar dat hij componeerde voor een bepaald persoon, voor publiek, voor een bepaalde gelegenheid. Een Mis voor de verjaardag van Prinses Hermenegilda, een cantate voor zondag Trinitatis, een concerto voor het hof, een klaviersonate voor Gräfin von Stein. Zelden of nooit ging een componist achter zijn schrijftafel zitten om muziek te scheppen in het luchtledige. Die eeuwenlang als natuurlijk ervaren verhouding van muziek-schepper en muziek-ontvanger werd tegen het einde van de negentiende eeuw steeds minder vanzelfsprekend. Door de steeds sneller verlopende ontwikkeling van de muzikale stijl, techniek en syntaxis, ging de componist vóórlopen op de smaak, de verwachtingspatronen, het opnamevermogen van zijn luisteraars. Hij verloor het contact met zijn publiek. De mensen werden steeds minder benieuwd naar de muziek van hùn tijd, ze verloren het geduld, om zich te verdiepen in die schijnbaar chaotische, melodie-loze en met wanklanken doorspekte “moderne” muziek. Liever grepen ze terug naar de oude en vertrouwde muzikale uitingen van vorige generaties, muziekwerken, die in dit idealiseringsproces de onaantastbare status kregen van “meesterwerken”.

In een recent nummer van het prestigieuze magazine The Gramophone ontpopt Ivan March zich als de ideale zegsman van de verontrusten, die hun wantrouwen, hun afkeer ten opzichte van “moderne” muziek niet onder stoelen of banken steken.

De avant-garde muziek heeft heel wat op zijn geweten. Ze is erin geslaagd, de doorsnee muziekliefhebber te vervreemden van de creatieve bronnen van de muziek-van-nu. Atonaliteit was de grootste muzikale ramp van de twintigste eeuw. Het dogma van de seriële muziek verspreidde zich als een sprinkhanenplaag. Veel talentvolle musici voelden zich gedwongen, dit dorre idioom te gaan spreken. En zo moppert meneer March nog een poosje door. Zijn hartekreet mondt uit in de prangende vraag: Waar is de melodie gebleven ?

Gelukkig is daar de jonge Anton Wachter, die het in Simons Vestdijks roman “Surrogaten voor Murk Tuinstra” onbevreesd opneemt voor de “moderne” muziek, die open staat voor het onbekende, die geboeid wordt door het ongehoorde. Heel eerlijk zegt hij: “onwelluidend soms, onbegrijpelijk misschien, maar………” In dit woordje “maar” daar zit’m het grote verschil tussen Ivan en Anton. Als we nieuwsgierig blijven naar de “creatieve bronnen van de muziek-van-nu” als we ons willen laten verrassen door een onverwachte confrontatie met onvermoede klankwerelden, dan lopen we grote kans een rijke wereld te ontdekken die eigenlijk heel dichtbij ligt, maar die we om wat voor reden dan steeds hebben weten te vermijden.

Als de “lange 19e eeuw” in 1914 ten einde loopt, biedt het Westerse muzikale landschap een verwarrende, uiterst heterogene aanblik. Een eenheid van stijl, waarvan tot 1900 min of meernog sprake kon zijn, is ver te zoeken. Men kan van alles verwachten: folklorisch angehauchte

suites, music hall-klanken vermomd als een prélude voor piano, zwelgende laatromantische symfonische gedichten, neo-klassieke balletmuziek, atonale miniaturen voor strijkkwartet. In de loop van de 20e eeuw is die ontzagwekkende diversiteit alleen nog maar toegenomen.

In vier colleges zullen we ons bezighouden met intrigerende pieken in het muzikale landschap van de 20e eeuw. Samen geven deze vier invalshoeken ons een rijk geschakeerd beeld van de “moderne” muziek, de muziek van onze tijd. Onwelluidend soms, onbegrijpelijk misschien, maar………………


COLLEGE I

Vrijdag 20 januari 2006
___________________________________________________________________________

De Tweede Weense School, de AAArtsvaders van de moderne muziek

Arnold Schönberg beschouwde zichzelf als een man met een missie. “Op een keer, in het leger, werd mij gevraagd of ik de componist Arnold Schönberg was. ‘Iemand moest het zijn, antwoordde ik, en niemand anders wilde het, toen heb ik me maar aangemeld…..’ ”

Voor Schönberg was de muziek een kunst, die een “profetische boodschap brengt van een hogere vorm van leven,waartoe de mensheid evolueert”. Natuurlijk was Schönberg de profeet die de nieuwe openbaring zou brengen. De zes kleine pianostukken uit 1911 zijn een cruciaal openbaringsgeschrift. In deze miniaturen beleven we in zekere zin de geboorte van de 12-toonsmuziek. De emancipatie van de dissonant is hier een feit geworden. De componist had een onbegrensd vertrouwen in de toekomst van zijn nieuwe muziektaal. “In tien jaar tijd zal elke getalenteerde componist op deze manier schrijven, ongeacht of hij dat van mij geleerd heeft of alleen maar van mijn composities.” Nou, lesgeven dat deed Schönberg graag en goed. Twee van zijn leerlingen hebben naast de meester zelf een belangrijke rol gespeeld in het verhaal van de 20e-eeuwse muziek. Alban Berg’s muziek is weliswaar min of meer atonaal, maar op de een of andere manier doet zijn muziek onbeschaamd romantisch aan. De ascetische Anton von Webern is in vele opzichten de antipode van Berg. In zijn uiterst geconcentreerde, verstilde miniaturen ontdekken we de essentie van de dodecafonische Tweede Weense School.

Met de drie Weense A’s, Arnold, Alban en Anton begint het muzikale alfabet van de 20e-eeuwse muziek.


COLLEGE II

Vrijdag 27 januari 2006
___________________________________________________________________________

Wijzen uit het Oosten: Strawinsky, Shostakovitz, Gubaidulina

Eén van de grootste schandalen uit de annalen van de muziekgeschiedenis is de première – op 29 mei 1913 in Parijs – van het ballet “Le Sacre du Printemps” van Igor Strawinsky. De oerkracht van deze muziek, de metrische verschuivingen, de ongehoorde opeenstapelingen van dissonanten, de volkomen nieuwe melodievorming treffen de toehoorders als een vuistslag. Strawinsky leeft lang genoeg, hij wordt bijna negentig, om in zijn lange componistencarrière diverse stilistische slaloms te kunnen maken. Na de “Russische” periode van de grote balletten ontwikkelt Strawinsky zich in de richting van een neo-klassieke muziektaal, waarna hij zich in de herfst van zijn leven onverwacht bekeert tot de seriële systeem, dat hij op een zeer persoonlijke manier met leven weet te vullen. De positie van Dimitri Shostakovitsj als componist is nauw verweven met het totalitaire régime van de Sovjetunie. In sommige van zijn symfonieën brengt hij – als een nieuwe Mahler – de existentiële bestaansonzekerheid, de angst en de hoop van zijn land- en tijdgenoten tot uitdrukking. In andere werken spreekt hij schijnbaar onbekommerd – zij het soms met een sarcastische ondertoon - de taal van het volk, het voor iedereen verstaanbare robuuste arbeidersjargon dat Stalin hem in de mond legt. Het is die ongemakkelijke verhouding van publieke uiting en persoonlijke confidentie, die de werken van Shostakovitsj voor ons zo eindeloos fascinerend maakt.

“Kunst is voor mij uitsluitend een middel om iets uit te drukken dat groter is dan wij. Als ik het religieuze zou scheiden van het muzikale, dan zou muziek voor mij betekenisloos zijn”

Dit is het artistieke credo van de vrouw, die beschouwd wordt als de belangrijkste componist ná Shostakovitsj: Sofia Gubaidulina.


COLLEGE III

Vrijdag 3 februari 2006
_____________________________________________________________________

Messiaen en Boulez: Hemelse visioenen en Darmstadse dogma’s

Olivier Messiaen is in de muziekgeschiedenis van de 20e eeuw een Einzelgänger. Hij heeft in zekere zin zijn eigen muzikale taal samengesteld uit diverse heterogene componenten: “modi” (toonreeksen die elk een eigen expressieve waarde vertegenwoordigen), ritmische patronen uit India, het antieke Griekenland en het Oosten, vogelzang uit de hele wereld. Messiaen’s diepste inspiratie is het katholieke geloof. Hij behoort met Bach en Franck tot de grootste orgelcomponisten uit de muziekhistorie.

Naast de mystieke visionair Messiaen lijkt Pierre Boulez een nuchtere, rationele notenboekhouder. Een paar jaar lang is hij leerling van Messiaen. In de jaren ’40 ontwikkelt hij een rigoureus systeem, dat op een objectieve manier toonhoogte, dynamiek, ritme en klankkleur onder controle brengt. Zijn verbluffende hantering van dit seriële systeem brengt hem in de jaren ’50 - samen met Karl-Heinz Stockhausen – aan het hoofd van de muzikale avantgarde, die in Darmstadt een hele generatie componisten vormt. Het is het dorre Darmstadse idioom, waarover Ivan March zijn vitriool uitgiet. Maar, pas op, Pierre Boulez is een te groot componist om in zijn eigen val te lopen. In zijn overtuigendste werken blijkt het rigoureuze serialisme onvermoed krachtige en boeiende muziek op te kunnen leveren.



COLLEGE IV

Vrijdag 10 februari 2006
____________________________________________________________________
Een nieuwe wereld van muziek: Ives, Reich en Adams

In het laatste college van een reeks van vier, waarin we proberen onze huiver voor de 20e-eeuwse muziek de baas te worden, steken we de oceaan over naar de Nieuwe Wereld, Amerika. Charles Ives wordt geboren in hetzelfde jaar als Schönberg, in 1874. Terwijl zijn tijdgenoten nog braaf hun muzikale scholing zoeken in Leipzig, waar ze fuga’s en sonates componeren, laat Charles Ives twee fanfare-orkesten tegelijk toeteren in verschillende toonaarden. Vanwege zijn gedurfde, onafhankelijke, compromisloze muziek wordt de geniale Ives beschouwd als de vader van de nieuwe Amerikaanse muziek.

In die nieuwe Amerikaanse muziek is de minimal music een opvallende stroming. Steve Reich (* 1936) en John Adams (* 1947) scheppen met hun repetitieve structuren een magische klankwereld, waarin we naast elementen uit de popmuziek en postmoderne New Age-esthetiek, ook ritmische patronen uit Ghana en Bali tegen kunnen komen. Bovenal bezit de muziek van Reich en Adams een uitnodigend, harmonieus karakter, dat het de luisteraar makkelijk maakt om over de drempel te stappen, een nieuwe wereld in. Welluidend ? Ja. Begrijpelijk ? Nou en of !!!



© Leen de Broekert, 2005

CD's


PZC artikel, 27 september 2013


J.S. Bach, Goldberg Variationen. 2013


Franz Liszt Pianoworks. 2011


3 Historische orgels in Zeeland. 2010


Koorkerk Middelburg. 2007


Mozart - pianoworks. 2006


Schubert. 2006


Haydn - pianoworks. 2000


Schubert - pianoworks. 1998


Lutherse Kerk Middelburg. 1996



In december 2010 verscheen, eveneens op label ZEFIR, posthuum de CD 3 historische orgels in Zeeland
Leen de Broekert bespeelt hierop de orgels van de Maartenskerk te Baarland (Zuid-Beveland), de Dorpskerk te Gapinge (Walcheren) en de Lutherse kerk in Middelburg.

Op 23 december 2010 wijdde IOmroep Zeeland er een televisie-uitzending aan.
Een fragment (film 3 minuten) kunt u zien via onderstaande link:

http://www.omroepzeeland.nl/136798/2010-12-23/eerbetoon-aan-organist-leen-de-broekert.html

In 2011 verscheen een opname op een Erard Concert Grand
met pianowerken van FRANZ LISZT

Deze opname uit 1996 was door een calamiteit bij de uitgeverij verloren gegaan. Gelukkig was de master copy, naar pas bleek in 2010, bewaard gebleven in het huis van de pianist en kon in de goede staat waarin hij verkeerde, als basis dienen voor de uitgave. Hierop zijn onder meer te horen Vallée d'Oberman en Die Loreley.
De opname kreeg uitstekende recensies - zeer veel lof door Christo Lelie - in TROUW, maart 2012, en is via de betere platenzaken in de hele benelux tegen de scherpe prijs van ca 10 euro te koop of te bestellen. (Zefir Records. ZEF 9628)

Alle CD's kunt u bestellen via het contactformulier en telefonisch op 0118 - 614737 (s.v.p. inspreken).

Voor particulieren zijn alle cd's van Leen de Broekert te koop voor 10 Euro (afgehaald). Voor de Detailhandel geldt de gebruikelijke korting.

Inlichtingen via 0118 - 614737.

Foto's

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen over Leen de Broekert?
Deze kunt u aan zijn levenspartner Liesbeth Binkhorst stellen.